Meerwaardebelasting #1: Wat zijn ‘financiële activa’ die onderworpen worden aan de nieuwe meerwaardebelasting?

Meerwaardebelasting #1: Wat zijn ‘financiële activa’ die onderworpen worden aan de nieuwe meerwaardebelasting?

Zoals ondertussen algemeen bekend, wordt een nieuwe meerwaardebelasting ingevoerd voor meerwaarden op financiële activa gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Nu deze wet op dinsdag 21 april 2026 officieel gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, zullen wij in een artikelenreeks de belangrijkste aandachtspunten ontleden voor u. We zullen daarbij telkens meer in detail inzoomen op een specifiek deelaspect van de meerwaardebelasting. Starten doen we met een overzicht van welke activa geviseerd worden door deze nieuwe meerwaardebelasting.

Zoals ondertussen algemeen bekend, wordt een nieuwe meerwaardebelasting ingevoerd voor meerwaarden op financiële activa gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Nu deze wet op dinsdag 21 april 2026 officieel gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad, zullen wij in een artikelenreeks de belangrijkste aandachtspunten ontleden voor u. We zullen daarbij telkens meer in detail inzoomen op een specifiek deelaspect van de meerwaardebelasting. Starten doen we met een overzicht van welke activa geviseerd worden door deze nieuwe meerwaardebelasting.

1. Meerwaardebelasting op ‘financiële activa’

De wetgever maakt een onderscheid tussen drie categorieën meerwaarden, waarbij de algemene of restcategorie bestaat uit overdrachten onder bezwarende titel van zogenaamde ‘financiële activa’ (1), die verder onderverdeeld worden in vier (sub)categorieën:

I. ‘Financiële instrumenten’ (2): hierbij valt onder meer te denken aan aandelen in vennootschappen, obligaties, opties, futures en swaps;

II. Bepaalde verzekeringscontracten en kapitalisatieverrichtingen: in het algemeen worden enkel de (levens)verzekeringsovereenkomsten geviseerd die een spaar- en/of beleggingscomponent omvatten en die betrekking hebben op takken 21, 22, 23 of 26 en vergelijkbare levensverzekeringen en kapitalisatieovereenkomsten afgesloten buiten de Europese Unie. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat de tak 21 verzekeringscontracten zonder spaar- of beleggingsdoelstelling die uitsluitend voorzien in een uitkering bij overlijden en die enkel worden afgesloten om de terugbetaling van het kapitaal van een krediet te dekken (schuldsaldoverzekering) of de uitvaartkosten van de verzekerde (uitvaartverzekeringen) niet gevat worden;

III. Cryptoactiva, zijnde “enige digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie met inbegrip van niet-verwisselbare tokens die voor betalings- of investeringsdoeleinden gebruikt kunnen worden” (3). Ook zogenaamde niet-inwisselbare tokens (NFT’s) worden gevat;

IV. Valuta en beleggingsgoud: Geldmiddelen in een vreemde munt, tenzij zij worden aangehouden op een betaalrekening, vallen in principe ook onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting. Hetzelfde geldt voor digitale centralebankmunten. Ook goudstaven en gouden munten worden geviseerd, althans voor zover zij een bepaalde zuiverheid hebben en aan bepaalde specifieke vereisten voldoen.

Activa die niet kwalificeren als ‘financiële activa’, zoals bijvoorbeeld kunstvoorwerpen, juwelen, zilver zijn niet onderworpen aan de nieuwe meerwaardebelasting.

2. Bijzonder toepassingsgebied: “interne meerwaarden” en “aanmerkelijke belangen”

Verder heeft de wetgever voorzien in twee ‘bijzondere’ categorieën van belastbare meerwaarden, te weten de zogenaamde “interne meerwaarden” en de meerwaarden gerealiseerd op een “aanmerkelijk belang”.

Het toepassingsgebied van deze categorieën van meerwaarden is beperkter dan dit van de restcategorie en geldt slechts voor de overdracht onder bezwarende titel van aandelen of winstbewijzen, waarbij tevens bijkomende voorwaarden voorzien worden over het deelnemingspercentage van de overdrager in respectievelijk de overnemende of de overgedragen vennootschap. Beide categorieën en hun specifieke aandachtspunten en gevolgen worden nader toegelicht in volgende artikelen.

3. Bijzondere toepassingsgevallen: cash-lines en aandelen maatschap

Dat de praktische implementatie van de nieuwe meerwaardebelasting complex kan worden, bewijzen de vele vragen die tijdens het wetgevend proces werden gesteld aan de minister van Financiën in de commissie voor Financiën en Begroting. We lichten er graag twee bijzonderheden uit.

Ten eerste bevestigde de minister dat ook zogenaamde ‘cash lines’, rekeningen in buitenlandse valuta gekoppeld aan een effectenrekening, als ‘financieel actief’ onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting. We denken dan bijvoorbeeld aan een dollarrekening die beleggers dikwijls aanhouden om Amerikaanse aandelen te kunnen kopen en verkopen zonder daarbij telkens bancaire wisselkoerskosten op te lopen. Dit betekent concreet dat men bij elke transactie op een dergelijke rekening, bijvoorbeeld de aankoop van effecten in buitenlandse valuta of de omzetting van de buitenlandse valuta naar euro, moet nagaan of er sprake is van een wisselkoersmeerwaarde die belastbaar is onder de meerwaardebelasting.

Deze wisselkoersmeerwaarden moeten bovendien door de belegger zelf worden aangegeven en worden niet onderworpen aan de roerende voorheffing ingehouden door Belgische financiële instellingen. Belastingplichtigen die dergelijke rekeningen in vreemde valuta aanhouden, zullen hierdoor verplicht worden hun administratie zeer nauwkeurig bij te houden en mogelijks bijzonder complexe berekeningen te doen om hun fiscale aangifteverplichtingen correct te kunnen vervullen. Het zal hiervoor nog moeten blijken of het sop de kolen waard is.

De minister van Financiën heeft recent evenwel bevestigd dat via een wet diverse bepalingen, die in principe nog dit jaar goedgekeurd en gepubliceerd zal worden in het Belgisch Staatsblad, deze cash-lines niet langer als financieel actief zullen kwalificeren.

Ten tweede stelt de minister - en werd tevens bevestigd in de circulaire bij de meerwaardebelasting (Circulaire 2026/C/74) - dat ook aandelen van een maatschap als ‘financieel actief’ onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting, ook al bevinden er zich in het maatschapsvermogen geen financiële activa. We denken dan bijvoorbeeld aan de situatie waarin een maatschap enkel kunst aanhoudt. Het lijkt ons evenwel niet correct dat meerwaarden op niet-belastbare activa belastbaar worden onder de nieuwe meerwaardebelasting enkel vanwege het feit dat deze via een maatschap worden aangehouden.

Een dergelijke interpretatie miskent ons inziens de principiële fiscale transparantie van de maatschap. Deze fiscale transparantie zorgt er immers niet enkel voor dat vennoten van een maatschap bij verschuivingen in het vermogen van deze maatschap dezelfde fiscale behandeling ondergaan als wanneer een identieke vermogensverschuiving zou plaatsvinden in hun (eigen) privévermogen, maar ook dat een overdracht van de aandelen in de maatschap zelf fiscaal behandeld moet worden als werden de onderliggende vermogensbestanddelen zelf overgedragen. Wanneer de door de maatschap aangehouden activa aldus niet kwalificeren als financiële activa in de zin van artikel 90, eerste lid, 9° WIB en niet onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen, zou deze conclusie gezien de fiscale transparantie van de maatschap niet anders mogen zijn bij overdracht van de aandelen van deze maatschap.

Als we bovendien de interpretatie om deelbewijzen in een maatschap op zichzelf te beschouwen als belastbare ‘financiële activa’ zouden doortrekken naar de situatie van een overdracht onder bezwarende titel van deelbewijzen in een maatschap die wel financiële activa aanhoudt, zou dit dan potentieel zelfs tot een probleem van dubbele belasting kunnen leiden. Dit lijkt ons evident niet conform de bedoeling van de wetgever.

Dit is in elk geval een bijkomend aandachtspunt dat van het gebruik van een maatschap nog meer maatwerk maakt. In een afzonderlijk artikel in deze reeks zullen we later nog meer in het algemeen ingaan op de impact van de meerwaardebelasting op de maatschap als instrument voor vermogensplanning.

Conclusie

De term ‘financiële activa’ omvat een zeer ruime waaier aan (beleggings)producten die sedert 1 januari 2026 aan de nieuwe meerwaardebelasting onderworpen worden. De toepassing hiervan in een aantal specifieke gevallen zoals bijvoorbeeld de cashrekeningen in buitenlandse valuta die aan een effectenrekening zijn verbonden of de deelbewijzen van een maatschap doet voorlopig wel nog wat vragen rijzen.

In een volgend artikel in deze reeks zullen wij voor de financiële activa binnen het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting toelichten welke de belastbare handelingen zijn die tot heffing aanleiding kunnen geven.

VOETNOTEN
(1) Artikel 90, eerste lid, 9°, c) Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (“WIB”) jo. artikel 92 WIB.
(2) Zoals gedefinieerd in artikel 2, 1°, a) tot en met k) van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
(3) Art. 92, §1, c°) WIB 1992



Back to overview
Icon news items

Related news items

Special: impact van nieuwe meerwaardebelasting op estate planning

Klik hier om het bestand als pdf te downloaden special_-impact-van-nieuwe-meerwaardebelasting-op-estate-planning 1. De nieuwe meerwaardebelasting is verschuldigd indien financiële activa onder bezwarende titel worden overgedragen en er naar aanleiding daarvan een meerwaarde wordt verwezenlijkt. In …

Read more
Icon news items

This news item is part of a series
See below the other news items of this series.

In het vorige artikel uit onze reeks over de nieuwe meerwaardebelasting gaven we een overzicht van de financiële activa die onder dit regime sorteren. Het loutere bezitten van een kwalificerend financieel actief is op zich evenwel niet belastbaar. Hiervoor moet een 'belastbare handeling' …

Read more

Eerdere artikels in deze reeks hebben verduidelijkt welke ‘financiële activa’ onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting wanneer zij het voorwerp uitmaken van een overdracht onder bezwarende titel, buiten de beroepswerkzaamheid en binnen het normaal beheer van een privévermogen. De wetgever voorz…

Read more

In onze reeks over de nieuwe meerwaardebelasting gingen we eerder in op het toepassingsgebied van het regime, de betrokken financiële activa en de vrijstellingsmechanismen die de wetgever heeft voorzien. In dit vierde artikel focussen we op de temporele werking van de nieuwe meerwaardebelasting. …

Read more

De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over wat precies belastbaar is, maar ook over wie de belasting uiteindelijk verschuldigd is. Hoewel het uitgangspunt op het eerste gezicht eenvoudig lijkt - namelijk dat de meerwaarde wordt belast in hoofde van de …

Read more

Uit de eerdere artikelen in deze reeks weten we reeds dat de meerwaardebelasting verschuldigd is wanneer financiële activa het voorwerp uitmaken van een (niet-vrijgestelde) overdracht ten bezwarende titel door een natuurlijk persoon vanaf 1 januari 2026. In voorkomend geval is het belangrijk om na …

Read more

Nu we in deze reeks reeds hebben uiteengezet welke handelingen en activa belastbaar zijn onder de nieuwe meerwaardebelasting, kunnen we dieper ingaan op de exacte belastingdruk die zij met zich meebrengt. In de media is het algemeen tarief van 10 % samen met de vrijstelling van 10.000 euro voor de…

Read more

De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa roept niet alleen vragen op over de belastbare grondslag, maar ook over de manier waarop de belasting zal worden geïnd. Voor een belangrijk deel van de verrichtingen wordt de belasting in beginsel geïnd via een inhouding aan de bron door de Be…

Read more